Bestuursmandaat … om voldoende leden te hebben

Terug naar het overzicht

24 februari 2021

Bestu­urs­man­daat om vol­doende leden te hebben

De hoedanigheid van bestu­ur­der van een ven­nootschap of van een vzw heeft juridis­che gevol­gen. Ook als u die hoedanigheid slechts pro for­ma heeft of als vrien­den­di­enst. Het Hof van Cas­satie beves­tigt dat elke indi­vidu­ele bestu­ur­der ver­plicht is toezicht te houden op de medebestu­ur­ders, ook al was dat man­daat niet echt zo bedoeld.

Laat­ti­jdi­ge aangifte van een VZW

De fis­cus spreekt de bestu­ur­ders van een VZW aan omdat de fis­cale aangifte van de VZW te laat werd inge­di­end. Eén van de bestu­ur­ders schrikt zich een hoed­je want hij is weliswaar pen­ning­meester van de VZW, maar de func­tie van bestu­ur­der had hij enkel op zich genomen om het min­i­mum aan­tal bestu­ur­ders te halen. De betrokken per­soon toonde verder ook aan dat de voorzit­ter van de raad van bestu­ur alle touwt­jes in han­den had. Voor zichzelf kon hij aan­to­nen dat hij sinds de opricht­ing van de VZW nooit doc­u­menten had ondertek­end noch andere bestu­urs­daden had gesteld.

Voor het hof van beroep van Antwer­pen was vol­doende aange­toond dat ​“in de gegeven omstandighe­den de niet-tijdi­ge fis­cale aangifte de ver­weer­ster niet ten laste kan wor­den gelegd” en bevri­jdt de bestu­ur­der van zijn aansprakelijkheid.

Fis­cus naar Cassatie

De fis­cus trekt naar het Hof van Cas­satie want die nuance staat vol­gens haar niet in de wet.
En Cas­satie vol­gt het strenge stand­punt van de fiscus.

Zow­el op basis van de oude als op basis van de nieuwe wet­gev­ing geldt als regel dat alle bevoegdhe­den die de wet niet uit­drukke­lijk ver­leent aan de algemene ver­gader­ing, wor­den toegek­end aan de raad van bestu­ur.
De statuten kun­nen de bevoegdhe­den van de raad van bestu­ur wel beperken. Maar deze beperkin­gen, alsook de taakverdel­ing die de bestu­ur­ders eventueel zijn overeengekomen, kun­nen niet aan der­den wor­den tegenge­wor­pen, zelfs niet indi­en zij zijn bekendgemaakt.

Ver­vol­gens stelt het Hof dat het bestu­ur van een vzw aan een “col­le­giale raad van bestu­ur” moet wor­den opge­dra­gen. Dit houdt in dat elke indi­vidu­ele bestu­ur­der ver­plicht is toezicht te houden op de medebestu­ur­ders. Het feit dat er een taakverdel­ing is afge­spro­ken tussen de bestu­ur­ders, of dat een bestu­ur­der niet zelf het bestu­urs­man­daat heeft gesol­lici­teerd of nog, dat een bestu­ur­der zich het bestu­ur toeëi­gent, doet geen afbreuk aan deze verplichting.

Vrien­den­di­enst

Aan bestu­ur­der­saansprake­lijkheid ontsnapt u dus niet zomaar. Met haar arrest haalt het Hof van Cas­satie trouwens meteen drie vaak aange­haalde ​‘excus­es’ onderuit.

1. Het eerste argu­ment dat vaak aange­haald wordt, betre­ft de taakverdel­ing tussen bestu­ur­ders. Als de bestu­ur­ders bijvoor­beeld overeenkomen dat de ene zich bekom­mert om de finan­ciën, de andere om de mar­ket­ing, nog een andere voor HR, … dan betekent dit toch niet dat zij aan de geza­men­lijke aansprake­lijkheid ontkomen.

2. Een tweede argu­ment is dat van de pro for­ma benoem­ing, of de benoem­ing bij wijze van vrien­den­di­enst (om aan vol­doende leden te komen). Het gebeurt inder­daad dat een per­soon de rol van bestu­ur­der opneemt om voor vol­doende leden te zor­gen. Het feit dat deze per­soon achter­af zijn neus niet meer laat zien, ontslaat hem niet van de toezicht­splicht op de andere bestuurders. 

3. Daarop aanslui­tend een derde excu­us: de voorzit­ter heeft alle touwt­jes in han­den. Hoewel het ongetwi­jfeld realiteit is en het voor som­mige bestu­ur­ders miss­chien onmo­gelijk is om toezicht te houden (het­z­ij bij gebrek aan inter­esse, het­z­ij omdat de andere bestuurder(-s) het hen onmo­gelijk maakt), ontsnapt u daarmee niet aan de bestuurdersaansprakelijkheid.

Als u geen toezicht kan houden op de andere bestu­ur­ders, dan moet u het­z­ij een schriftelijk voor­be­houd for­muleren tegen de manier van werken, of, en dat is wellicht het meest effec­tieve, ontslag nemen.