Belastingvrije som bij co-ouderschap

Terug naar het overzicht

02 augustus 2022

Belast­ingvri­je som bij co-ouderschap

Uw belast­ingvri­je som hangt onder meer af van het aan­tal kinderen dat u ten laste heeft. Kinderen die in een sit­u­atie van co-oud­er­schap zit­ten, zijn ten laste van bei­de oud­ers. De belast­ingvri­je som wordt dan gelijk­matig verdeeld over bei­de oud­ers, op voor­waarde dat er ook sprake is van een gelijk­matige huisvest­ing en de fis­cus past die voor­waarde zeer strikt toe.

Belast­ingvri­je som

Iedereen die in 2022 belast­bare inkom­sten geni­et, heeft recht op een belast­ingvri­je som van 9.270 euro. Die belast­ingvri­je basis­som wordt ver­hoogd met:

1.690 euro, voor 1 kind ten laste;

4.340 euro, voor 2 kinderen ten laste;

9.730 euro, voor 3 kinderen ten laste; en

15.740 euro, voor 4 kinderen ten laste.

Voor elk kind boven het vierde komt daar nog eens 6.010 euro bij.
De belast­ingvri­je som wordt eerst op de laag­ste belast­ingschalen verrekend.

Voor­beeld
Een belast­ing­plichtige met 4 kinderen ten laste, heeft dus recht op een belast­ingvri­je som van 9.270 euro + 15.740 euro = 25.010 euro. En aangezien de belast­ingschalen en ‑tarieven voor aanslag­jaar 2023 als vol­gt zijn:
• 0 euro – 13.870 euro => 25%.
• 13.871 euro – 24.480 euro => 40%.
• 24.480 euro – 42.370 euro => 45%.
• Boven 42.370 euro => 50%.
En de belast­ingvri­je som berek­end wordt vanaf het laag­ste belast­ing­tarief naar boven toe, betekent dat voor deze belast­ing­plichtige dat de eerste euro boven zijn vri­jgestelde bedrag van 25.010 euro zal belast wor­den aan 45%.

Wat bij co-ouderschap?

De belast­ingvri­je som kan maar één keer genoten wor­den. Bij een echt­paar (gehuwd of wet­telijk samen­wo­nend) is dat geen prob­leem, maar als het oud­er­lijk gezag over bei­de oud­ers verdeeld wordt, is er wel een prob­leem. De fis­cus aan­vaardt wel dat de kinder­last bij co-oud­er­schap verdeeld wordt over bei­de oud­ers, elk voor de helft.

Voor­beeld
Stel dat een oud­er­paar 2 kinderen heeft. Er bestaat dus een recht op een bijkomende belast­ingvri­je som van 4.340 euro.
• Als oud­er A de kinderen 50% van de tijd bij houdt, dan geni­et A een belast­ingvri­je som van 4.340÷2 = 2.170 euro.
• Als oud­er B de kinderen de rest van de tijd heeft, maar B intussen ook een kind heeft met een andere part­ner, bedraagt de belast­ingvri­je som van B:
o voor 3 kinderen = 9.730 euro;
o min de helft van de belast­ingvri­je som voor de kinderen in co-oud­er­schap (- 2.170 euro);
o totale belast­ingvri­je som = 7.560 euro.

Voor­waar­den

Om deze verdel­ing te kun­nen toepassen, moeten enkele voor­waar­den vervuld zijn:

De oud­ers mak­en geen deel meer uit van het­zelfde gezin.

Bei­de oud­ers hebben een onder­houd­splicht tegen­over de kinderen.

Het gaat om hun kinderen. Dus niet om hun kleinkinderen of pleegkinderen.

Het gaat om gemeen­schap­pelijke kinderen.

De huisvest­ing van de kinderen is gelijk­matig verdeeld over de bei­de oud­ers, op grond van:
o een (kosteloos) gereg­istreerde overeenkomst of een door een rechter geho­molo­geerde overeenkomst (bv. in het kad­er van een echtschei­d­ing met onder­linge toestem­ming). De overeenkomst moet uit­drukke­lijk ver­melden dat de huisvest­ing gelijk­matig verdeeld is en dat bei­de oud­ers akko­ord zijn over de verdel­ing van de belast­ingvri­je toes­la­gen (= fis­cale clausule); ofwel
o een rechter­lijke besliss­ing die de gelijk­matig verdeelde huisvest­ing oplegt.

Gelijk­matig verdeelde huisvesting

De fis­cus heeft alti­jd al geweigerd om de werke­lijkheid van het co-oud­er­schap, en meer bepaald de ​‘gelijk­matig verdeelde huisvest­ing’, te onder­zoeken. Hij aan­vaardt de verdel­ing enkel en alleen als een overeenkomst of rechter­lijke besliss­ing uit­drukke­lijk ver­meldt dat de huisvest­ing van de kinderen gelijk­matig is verdeeld. Maar hoev­er kan je daarin gaan? Wat als de rechter niet pre­cies de woor­den “gelijk­matige verdeelde huisvest­ing” gebruikt?

In een nieuwe cir­cu­laire heeft de admin­is­tratie beloofd dat ze soe­pel­er te werk zal gaan. Ze zal in de toekomst alter­natieve bewo­ordin­gen aan­vaar­den, maar alleen als er geen enkele twi­jfel over bestaat dat de huisvest­ing of het verbli­jf van de kinderen in de tijd gelijk­matig over bei­de belast­ing­plichti­gen is verdeeld. 

De fis­cus zal dus ook co-oud­er­schap aan­vaar­den als de overeenkomst of de rechter­lijke uit­spraak een ​‘gelijk­matig verbli­jf’ of een ‘gelijk­matig verdeeld verbli­jf’ oplegt, of een ​‘week om week-regeling (met wis­sel op (dag en uur)) of nog een ​‘alternerend/​afwisselend verbli­jf (met wis­sel op (dag en uur))’.

Wie in de afsprak­en meld­ing maakt van een ‘(verblijfs)co-ouderschap’, een ​‘gedeeld hoed­erecht’, ​‘bilo­catie’ of ​‘alternerend/​afwisselend verbli­jf’ geeft echter onvol­doende aan dat er een per­fecte 50/50-tijdsverdel­ing is voor het bijhouden van de kinderen.