Belastingverminderingen: mogelijkheden genoeg

Terug naar het overzicht

01 juni 2021

Belast­ingver­min­derin­gen: mogelijkhe­den genoeg

De ver­schil­lende regerin­gen van het land bieden ons ver­schil­lende belast­ingver­min­derin­gen aan voor bepaalde uit­gaven. Het lijst­je is behoor­lijk lang en door de coro­nacri­sis is het nog wat langer geworden.

Fed­erale belastingverminderingen

U kri­jgt dan wel 1 afreken­ing, in werke­lijkheid betaalt u uw belastin­gen deels aan de fed­erale over­heid en deels aan de gewest­elijke over­heid. Bei­den over­he­den bieden belast­ingver­min­derin­gen voor uit­gaven die zij belan­grijk achten.

Onder de fed­erale belast­ingver­min­derin­gen vin­den we klassiek­ers zoals het langeter­mi­jns­paren (belast­ingver­min­der­ing voor pen­sioens­paren en lev­ensverzek­erin­gen), voor giften, voor kinderop­pas, … Wat is daar nieuw?

De omvang van de belast­ingver­min­der­ing wordt in principe jaar­lijks aangepast aan de lev­ens­du­urte. Eind verleden jaar werd voor een aan­tal van deze belast­ingver­min­derin­gen deze index­ering bevroren. De indexstop werd met een jaar uit­gesteld voor pen­sioens­paren omdat de maa­tregel pas tegen het eind van het jaar werd genomen en spaarders dus eigen­lijk hun spaar­plan had­den afgestemd op het nieuwe bedrag. Con­creet: u kon in 2020 tot 990 euro aan pen­sioens­paren doen en daar­voor kri­jgt u dan een belast­ingver­min­der­ing van 30%. U kon ook meer sparen (tot 1.270 euro) maar dan is de belast­ingver­min­der­ing slechts 25%. Opgelet dus: als u 1.000 euro pen­sioens­paren doet, dan heeft u 25% belast­ingver­min­der­ing op dat bedrag (= 250 euro) ter­wi­jl, als u slechts 990 euro spaart, u 30% (= 297 euro) bespaart. De vol­gende jaren zullen die bedra­gen niet veranderen.

Voor giften werd de belast­ingver­min­der­ing sterk opgetrokken. Giften die u in 2020 deed geven recht op een belast­ingver­min­der­ing van 60% (in plaats van de gebruike­lijke 45%). U heeft pas recht op zo’n belast­ingver­min­der­ing als de gift min­stens 40 euro bedraagt. In principe moet de schenk­ing in geld gedaan wor­den maar ook daar was er voor 2020 een (redelijk com­plexe) ver­soe­pel­ing: schonk u medisch mate­ri­aal of com­put­ers, dan kan u daar dus een fikse belast­ingver­min­der­ing voor geni­eten maar u moet wel goed de beperkin­gen en voor­waar­den con­trol­eren.
De ver­soe­pelde regeling en het ver­hoogde tarief zijn tijdelijk en gelden niet meer in 2021.

De belast­ingver­min­der­ing voor uit­gaven voor kinderop­vang werd in 2020 opgetrokken tot 13,00 euro per dag en per kind (voorheen 11,20 euro) en vanaf 2021 tot 13,70 euro. Vergeet niet dat u deze beperk­ing zelf moet toepassen. Boven­di­en gelden de ver­min­derin­gen voor­taan voor kinderen tot 14 jaar (dat was tot nog toe 12 jaar).
In principe kri­jgt u de ver­min­der­ing maar als de opvang effec­tief plaatsvond. Voor de peri­ode van de coro­nacri­sis wijkt men daar van af: boek­te en betaalde u voor kinderop­pas en kon die niet door­gaan door de cri­sis (bv. een vakantiekamp), dan kri­jgt u de belast­ingver­min­der­ing toch, op voor­waarde dat u uw geld niet heeft teruggevraagd uiteraard.

Ten slotte is er nog de belast­ingver­min­der­ing voor ​‘coro­na-aan­de­len’: als u in 2020 nieuwe aan­de­len ver­wierf in een kmo die een ern­stig omzetdal­ing leed naar aan­lei­d­ing van de pan­demie, dan heeft u, mits nalev­ing van een reeks voor­waar­den, recht op een belast­ingver­min­der­ing van 20%. De invester­ing mag niet meer bedra­gen dan 100.000 euro (de ven­nootschap mag niet meer dan 250.000 euro van dit soort nieuwe aan­de­len uit­geven) en uw par­tic­i­patie in de ven­nootschap mag niet grot­er wor­den dan 30%. Die maa­tregel werd trouwens tijdelijk verlengd.

Gewest­elijke belast­ingver­min­derin­gen en belastingkredieten

Ook van de gewest­en kri­jgt u belast­ingver­min­derin­gen. Ze zijn bijvoor­beeld bevoegd voor de belast­ingver­min­der­ing voor de eerste won­ing maar veel bli­jft er van die belast­ingver­min­der­ing niet meer over.

De belast­ingver­min­der­ing voor dien­s­tencheques is ook een gewest­elijke aan­gele­gen­heid.
In het Vlaamse Gewest kri­jgt u voor de aankoop van dat soort cheques nog slechts een belast­ingver­min­der­ing van 20% (in plaats van 30% voor 2019) ter­wi­jl het max­i­mumbedrag aan cheques beperkt is tot 1.520 euro.
In het Brus­selse Hoofd­st­edelijk Gewest bedraagt de belast­ingver­min­der­ing al een tijd­je 15% (ook op een bedrag van max­i­maal 1.520 euro).
Wal­lonië heeft een andere bereken­ingswi­jze. De belast­ingver­min­der­ing bedraagt 30% maar slechts voor de eerste 150 dien­s­tencheques. Via een ingewikkelde bereken­ing komt u in de prak­tijk tot een belast­ingver­min­der­ing van 0,90 euro per cheque.

Naast ​‘belast­ingver­min­derin­gen’ ver­lenen gewest­en ook nog ​‘belast­ingkredi­eten’. Belast­ingkredi­eten wor­den in principe terug­be­taald als het bedrag van de ver­schuldigde belastin­gen onvol­doende is.
In het Vlaamse Gewest was er al een win­win­len­ing waar­bij u een belast­ingkredi­et kan kri­j­gen van 2,5% voor de lening die u toes­taat aan een in het Vlaamse Gewest geves­tigde onderne­m­ing. In 2020 kwam daar nog het vrien­de­naan­deel of win­winkap­i­taal bij. Het vrien­de­naan­deel is een belast­ingkredi­et van 2,5%, gedurende 5 jaar, als u investeerde in aan­de­len van een Vlaamse kmo. Het max­i­mumbedrag van de invester­ing is 75.000 euro. Ver­mits de maa­tregel pas offi­cieel werd bek­endge­maakt op 23 decem­ber 2020 is de kans klein dat veel belast­ing­plichti­gen er nog gebruik van maak­ten in 2020, maar voor de aangifte van vol­gend jaar zijn hier dus belastin­gen te besparen.

Wal­lonië kent sinds 2017 een soort win­win­len­ing (prêt coup de pouce). Daar wer­den wat wijzigin­gen aan aange­bracht maar ook die gelden pas vanaf 1 jan­u­ari 2021. Ze hebben dus pas impact in de aangifte van vol­gend jaar. In grote lij­nen is het principe het­zelfde als de Vlaamse win­win­len­ing waar­bij een belast­ingkredi­et van 4% gedurende de eerste 4 jaren wordt toegek­end. Daar­na daalt het belast­ingkredi­et naar 2,5%. Het max­i­mumbedrag dat u op deze manier kan inbren­gen bedraagt 50.000 euro maar het werd voor 2021 opgetrokken tot 125.000 euro.

In 2020 vol­gde het Brus­selse Hoofd­st­edelijk Gewest met de zoge­naamde Proxi-lening. De maa­tregel loopt sinds 15 okto­ber 2020. Ook hier wordt een belast­ingkredi­et toegek­end (van 4% gedurende de eerste 3 jaren, daar­na 2,5%) voor lenin­gen toeges­taan aan Brus­selse kmo’s. Het max­i­mumbedrag is in principe 50.000 euro per kredi­et­gev­er maar voor 2020 en 2021 is het meteen 75.000 euro.

Aangifte PB

Voor pen­sioens­paren moet u zelf kiezen op welk bedrag u een belast­ingver­min­der­ing wenst. Voor kinderop­pas moet u het juiste bedrag zelf bepalen vóór u de aangifte invult. En ook voor de gewest­elijke belast­ingver­min­derin­gen en belast­ingkredi­eten moet u zelf bedra­gen invullen.

De indi­en­ing­ster­mi­j­nen zijn al een tijd­je bek­end maar geven we toch nog even mee.
Papieren aangiften moeten ten laat­ste op 30 juni 2021 wor­den inge­di­end.
Als u uw aangifte via MyMin­fin (Tax-on-web) indi­ent, moet u dat ten laat­ste op 15 juli 2021 doen.
Als u een beroep doet op een man­dataris, heeft die tijd tot 21 okto­ber 2021 om uw aangifte in te dienen.