Aanslag geheime commissielonen verder teruggedrongen

Terug naar het overzicht

25 januari 2022

Aanslag geheime com­missielo­nen verder teruggedrongen

Als een ven­nootschap niet bek­end maakt aan wie zij bepaalde bedra­gen betaalde, dan moet ze zelf de belast­ing daarop betal­en. Die belast­ing is niet min, maar er zijn een aan­tal ontsnap­pingsroutes. Mid­den 2021 werd er nog een nieuwe ontsnap­pingsroute aan toegevoegd.

Aanslag geheime commissielonen

Als u als ven­nootschap een loon, ver­goed­ing, com­missieloon, betaalt, dan moet u steeds bek­end­mak­en aan wie u die som betaalde. Voor de ver­schil­lende soorten ver­goedin­gen zijn er ver­schil­lende soorten fich­es, denken we maar aan de fiche 281.10 voor de lonen en de fiche 281.50 voor de com­missielo­nen, make­laarslo­nen en andere ver­goedin­gen waar­voor geen fac­tu­ur werd uitgereikt.

Als u niet meedeelt aan wie u de ver­goed­ing betaalde, wordt de aftrek van de kost ver­wor­pen en moet u zelf de belast­ing op de ver­goed­ing betal­en. Typ­isch zal dat gebeuren als de fis­cus naar aan­lei­d­ing van een con­t­role merkt dat bepaalde uit­gaven niet gedoc­u­menteerd wer­den door fac­turen of fich­es. Dat wijst er vol­gens de fis­cus op dat er een betal­ing ‘in het zwart’ gebeurde.

Vroeger bedroeg het tarief van die bij­zon­dere belast­ing 309%.
Maar in 2020 is het tarief gedaald tot 100%, ten­z­ij u kan aan­to­nen dat de geni­eter een rechtsper­soon is, dan bedraagt het tarief 50%. In de prak­tijk betekent dit dat het tarief 100% bedraagt als de som werd uit­ge­keerd aan een natu­urlijke persoon.

Ontsnap­pen aan de bij­zon­dere aanslag

Bij de invo­er­ing van het tarief van 50% of 100% creëerde de wet­gev­er twee manieren om de belast­ing te ver­mi­j­den. U kan de belast­ing ont­lopen als u kan aan­to­nen dat de geni­eter van de ver­goed­ing, die ver­goed­ing heeft aangegeven (en de ver­goedin­gen dus hun nor­male belast­in­gregime ondergaan).

De tweede manier om de bij­zon­dere aanslag te ver­mi­j­den is om alsnog aan de fis­cus mee te delen wie de geni­eter van de ver­goedin­gen was. U heeft daar 2 jaar en 6 maan­den de tijd voor.
Er wordt geteld vanaf 1 jan­u­ari van het betrokken aanslagjaar.

Stel dat er een ver­goed­ing zou betaald wor­den in 2021. Dat valt in de meeste gevallen onder aanslag­jaar 2022. U heeft dan tijd tot 30 juni 2024 om aan de fis­cus mee te delen wie de geni­eter was van die inkomsten.

Die 2,5 jaar zijn ingegeven door het feit dat de fis­cus ver­vol­gens ook nog tijd heeft om de geni­eter van de inkom­sten te belasten.

Derde ontsnap­pingsroute

In juni 2021 werd daar nog een derde ‘mogelijkheid’ aan toegevoegd.
Als de iden­ti­fi­catie van de geni­eter gebeurde ná 2 jaar en 6 maan­den, moest u als ven­nootschap de bij­zon­dere aanslag betal­en. Zelfs als de geni­eter op de ver­goed­ing belast was geweest (de eerste ontsnap­pingsroute). Bij een laat­ti­jdi­ge iden­ti­fi­catie speelde dat immers geen rol.

Die onger­i­jmd­heid wordt nu wegge­haald: ook als u de geni­eter van de ver­goed­ing niet ‘tijdig en op ondubbelzin­nige wijze’ – dat is bin­nen 2 jaar en 6 maan­den – kon iden­ti­fi­ceren bij de fis­cus, is de bij­zon­dere aanslag niet ver­schuldigd als uw ven­nootschap alsnog kan aan­to­nen dat de geni­eter op de ver­goedin­gen belastin­gen heeft betaald.